Impressies uit het hart van Centraal-Azië

29/08/2025 / Reizen / Pamir Highway / Tadzjikistan / Oezbekistan/ Kirgizië / HOVO / Labrys

(GEPOST OP 31 AUGUSTUS DOOR KAREL ONWIJN)

Tot 1991 maakten de Centraal-Aziatische landen Tadzjikistan, Oezbekistan en Kirgizië nog deel uit van de Sovjet-Unie en vielen ze nog direct onder Russisch bestuur. Maar sinds de onafhankelijkheid geven ze ieder op eigen wijze vorm aan hun onafhankelijkheid. Daarbij proberen ze aan te sluiten op tradities uit het pre-Russische tijdperk. Deze zomer bezochten we met een groep HOVO-cursisten ism Labrys Reizen deze regio, met als een van de hoogtepunten de Pamir Highway. Dit is na de Karakoram Highway de hoogst gelegen internationale weg ter wereld. Hieronder een aantal impressies.

Bij aankomst in de Tadzjiekse hoofdstad Doesjanbe valt meteen het groot aantal spiksplinternieuwe protserige paleisachtige kantoorgebouwen op. Hierdoor denk je heel even dat je bent gearriveerd in een van de Arabische Emiraten. En niet in de 100 jaar geleden gebouwde hoofdstad van de voormalige Tadzjiekse Socialistische Sovjetrepubliek die vroeger ook nog langere tijd Stalinabad heette. Zelfs de architectuur uit die periode wordt naarstig afgebroken.

Sinds de onafhankelijkheid kent het land een reeks nieuwe nationale helden die je overal in het straatbeeld terugvindt. De belangrijkste is Ismail Samani, amir van het Rijk der Samaniden. De Tadzjieken beschouwen dit Perzische-Tadzjiekse Rijk (819-999) als de voorloper van hun huidige staat. Ismail Samani is sinds de onafhankelijkheid tot een soort vader des vaderlands gebombardeerd, wij treffen overal zijn standbeeld aan. Ook in hartje centrum Doesjanbe stuiten we op zijn metershoge beeltenis met daarboven een nog veel kolossaler gouden triomfboog.

Een andere nationale held die we overal in de Tadzjiekse hoofdstad en ook elders in het straatbeeld tegenkomen, is de huidige president Emomalii Rachmon. Hij is al sinds de Tadzjiekse burgeroorlog halverwege jaren 1990s aan de macht,  veel Tadzjieken met wie in gesprek komen, spreken met ontzag over hem. Hij is meestal op grote plakkaten aan de kant van de weg te zien in een zwaaiende pose en steevast gekleed in een net maatkostuum. Vaak staan er ook aan hem toegeschreven wijsheden bij.

De derussificering in Tadzjikistan lijkt omgekeerd evenredig aan de opmars van Chinese invloeden. Zo overheersen personenauto’s en bussen van Chinese makelij het straatbeeld van Doesjanbe. En buiten de hoofdstad zien we overal vrachtwagens met Chinese kentekens rijden. Ook blijken veel nieuwe wegen waarover we rijden door Chinese bedrijven te zijn gebouwd.

Na Doesjanbe rijden we in zuidelijk richting waar we onderweg veel bouwwerken tegenkomen uit het pre-Russische tijdperk. Deze zijn recentelijk opgeknapt of opnieuw gebouwd – replica dus. Tadzjikistan kan inderdaad bogen op een millennia-oude geschiedenis, nauw verbonden met vroegere beschavingen als Bactrië, Sogdië, het Achaemenidische Rijk, het Samanidische Rijk en ga zo maar door. De laatste decennia zijn er veel archeologische opgravingen gedaan waarbij een schat aan artefacten is gevonden. Ook zijn er steeds meer sites voor het publiek te bezoeken. Zo bezochten wij de in 2012 opgegraven zoroastrische stad Karon die vermoedelijk 4000 jaar geleden is ontstaan. We zagen er onder meer resten van een vuurtempel met vijf koepels en van twee windtempels, met een prachtig uitzicht over hoge bergen.

Karon ligt in het Pamirgebergte in de autonome provincie Gorno-Badachsjan. Ze ligt bovendien pal op de grens met Afghanistan, boven de grensrivier de Pandzj en de hieraan parallel lopende Pamir Highway. Aan de overkant van de rivier zien we met het blote oog Talibanvlaggen wapperen en zien we hoe een grote groep jongemannen bij een nieuw gebouwde moskee in de openlucht zich heeft verzameld. Aan de Tadzjiekse kant van de rivier zijn op veel plekken hoge hekken geplaatst. Ook komen we veel militairen tegen, onder meer vanwege de grootschalige illegale drugs-en mensensmokkel aan deze grens. Overigens betrof dit eerder nog deels Russische militairen, maar die zijn volgens de lokale inwoners naar het Oekraïense front verplaatst en vervangen door Tadzjieken.

Er zijn maar enkele bruggen over de Pandjz-rivier naar Afghanistan te vinden die meestal hermetisch zijn afgesloten. Bij een van deze bruggen – de Vredesbrug – wordt aan de Tadzjiekse kant 1 keer per week een zogenaamde ‘Afghaanse markt’ gehouden. Een selectie Afghaanse handelaars krijgt dan van de Tadzjiekse autoriteiten toestemming om de brug over te steken met handelswaar. Daarbij moeten ze hun paspoort afgeven aan de Tadzjiekse grenswachten waarvoor ze in ruil een badge met een nummer krijgen. De markt vindt plaats op een klein omheind terrein pal naast de rivier bewaakt door politie die angstvallig de Afghanen in de gaten houdt.

Ook wij hebben een bezoek aan deze markt gebracht. De Afghanen blijken open voor een praatje, maar spreken nauwelijks een buitenlandse taal. Ze wonen vaak in de grensprovincie, leven vaak van de landbouw en verkopen er hun groenten en fruiten. Sommigen blijken in Kaboel te hebben gestudeerd en zeggen graag meer van de wereld te willen zien. Ze zouden daartoe graag eerst in Tadzjikistan gaan wonen, want de inwoners zijn cultureel en ook taalkundig nauw aan hen gelieerd, sommigen hebben zelfs verre familiebanden.

Na ons verblijf in het Pamirgebergte rijden we over de Pamir Highway noordwaarts via Doesjanbe naar de tweede stad van het land Choedzjand. Deze weg blijkt spectaculair mooi te zijn met hoge bergpassen – zoals de Talvidara-pas van 3250 meter hoog – en met wijdse uitzichten. Maar we krijgen ook opvallend veel militaire controles – niemand kan ons uitleggen waarom. We realiseren ons weer des te meer dat we een land bereizen dat nauwelijks persvrijheid kent

Net als de andere de andere Centraal-Aziatische Sovjetrepublieken is ook Tadzjikistan in de jaren 1920s ontstaan op de tekentafel van de Sovjetleiding. Daardoor zijn er vrij willekeurige grillige grenslijnen getrokken waardoor bijvoorbeeld het noorden van Tadzjikistan – en dus ook de stad Choedzjand – met slechts een smalle landstrook is verbonden met de rest van het land. Dit uiterste noorden maakt deel uit van de Fergana-vallei, een vruchtbare regio die door de Sovjets is verdeeld tussen Oezbekistan, Kirgizië en Tadzjikistan. Slechts één weg verbindt dit noorden met de rest van Tadzjikistan en deze verbindingsweg loopt grotendeels door een onherbergzaam gebied met veel hoge bergpassen en lange soms onverlichte tunnels.

Onderweg naar Choedzjand maken we nog een stop in de 2500 jaar oude stad Istaravsjan waar we het als nieuw gerestaureerde Mug Teppe-fort bekijken. In Choedzjand zelf, gelegen aan de belangrijke Centraal-Aziatische rivier Syr Darya, brengen we eerst een bezoek aan het zeer goed gedocumenteerde Historische Museum. Hier maken we uitgebreid kennis met de eeuwenoude geschiedenis van deze stad. Ze bestaat al meerdere millennia en zou gesticht zijn door Alexander de Grote. Ook was het lange tijd een belangrijke stopplaats op de Zijderoute. Net als de andere steden in deze regio kwam ze in de loop van de 19e eeuw onder Russische controle en werd ze vanaf jaren 1920s een Sovjetstad die luisterde naar de naam Leninabad. Sinds de onafhankelijkheid heeft Choedzjand weer haar oude naam terug en heeft zich ontwikkeld tot een levendige stad met een grote overdekte bazaar en veel gerestaureerde moskeeën uit de pre-Russische tijd

Na Choedzjand steken we de grens over naar Oezbekistan en verblijven we een aantal dagen in het Oezbeekse deel van de Fergana-vallei. Deze grotendeels vlakke vallei is zeer vruchtbaar en we komen de nodige katoenplantages en rijstvelden tegen. Ook bezoeken we een traditionele zijde- en porseleinfabriek die al meer dan 100 jaar oud zijn maar in de Sovjetperiode een marginaal bestaan hebben geleid. Verder vallen in dit gebied de vele nieuw gebouwde moskeeën op. Ook de in het Kirgizische deel van de Fergana-vallei gelegen stad Osj die we daarna bezoeken, zien we veel grote moskeeën. We bezoeken daar de heilige berg Soelajman-Too. Volgens de overlevering zou profeet Soelajman hier een bezoek hebben gebracht en er gebeden hebben uitgevoerd.

Osj is het officiële startpunt van de Pamir Highway waarover we dus eerder in Tadzjikistan hebben gereden. Nu doen we dus het Kirgizische traject tot net aan de Tadzjiekse grens. Vervolgens rijden we naar de voet van de Leninpiek, de hoogste berg van Kirgizië (7134 m). We verblijven daar een aantal dagen op het basiskamp (3600 m) om van daaruit een aantal bergwandelingen te maken. De meest bijzondere is die naar de Poetesjestvennikov-pas op 4150 meter hoogte met een fantastisch uitzicht op de Leninpiek en andere bergtopen en gletsjers in het Pamirgebergte. Overnachten doen we in een joertkamp en eten doen we samen met (mede-)alpinisten – vooral uitkomstig uit andere voormalige Sovjetrepublieken – in een goed verzorgde kantine.

Ons laatste reisdoel ligt in Noord-Kirgizië, namelijk de hoofdstad Bisjkek, die in de Sovjet-Unie nog Froenze heette, vernoemd naar de gelijknamige Sovjetgeneraal. In deze grote stad zie je veel meer Sovjetarchitectuur dan in Doesjanbe en het lijkt daardoor net of je 40 jaar terug stapt in de tijd. Ook hier bezoeken we het rijkelijk van mooie artefacten voorziene Nationaal Historisch Museum. We leren er dat Kirgiziërs – in tegenstelling tot de Tadzjieken en Oezbeken – een nomadisch volk zijn dat ooit leefde in Siberië en in de loop der eeuwen naar het zuiden is getrokken om zich uiteindelijk in en rond het Tiensjan-gebergte te vestigen. In de Sovjetperiode maken de communisten een abrupt einde aan het nomadenbestaan in Kirgizië – iedereen moet zich op vaste woonplekken vestigen.

Maar sinds de onafhankelijkheid beleeft het nomadenbestaan in Kirgizië een comeback en tijdens onze reis door het land zijn we overal rondtrekkende herdersgezinnen met vee tegengekomen. Ook hier zien we dus net als in Tadzjikistan en Kirgizië de grote herwaardering van oude tradities uit de periode voordat de Russen de macht hadden. Tegelijkertijd is ook hier het Russisch nog altijd de belangrijkste voertaal, maar rijden de inwoners op steeds grotere schaal in Chinese auto’s over Chinese wegen..

=============================================================== 

Hieronder een zelf geschoten korte foto-impressie van rondreis door Tadzjikistan, Oezbekistan en Kirgizië (© Karel Onwijn).

In november en december geven we onder de titel ‘De vijf ‘stans’: een cultuurhistorische verkenning van Centraal-Azië’ een cursus over de cultuur historische en actuele ontwikkelingen in de vijf Centraal-Aziatische landen Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan, Oezbekistan en Turkmenistan, zie voor meer informatie: https://www.hovoutrecht.nl/cursus/op-ontdekkingstocht-door-centraal-azie/

Impressies uit het hart van Centraal-Azië Meer lezen »